Bullmarkten


Als het over de financiële markten gaat, krijgen beleggers en adviseurs dikwijls te maken met vakjargon. Professionals uit de financiële sector en financiële media gebruiken vaak begrippen als bullmarkt, bearmarkt en risico om de marktomstandigheden of marktangsten te beschrijven. Maar wat is een bullmarkt of een bearmarkt nu precies? In dit artikel verduidelijken we één van deze vaktermen, met name bullmarkt.

Kenmerken van een bullmarkt

Bullmarkten zijn periodes van vaak meerdere jaren waarin de aandelenkoersen op lange termijn algemeen stijgen. Tijdens bullmarkten vertonen de aandelenindexen en -waarderingen een algemene stijging. Bearmarkten daarentegen zijn periodes van gewoonlijk zes maanden tot twee jaar waarin bepaalde fundamentele factoren ervoor zorgen dat de aandelenkoersen ongeveer 20% of meer dalen. Hoewel de definities binnen de sector variëren, is het algemene onderscheid dat bullmarkten stijgende markten zijn en bearmarkten dalende markten.

Het is echter cruciaal om te begrijpen dat bullmarkten niet in een rechte lijn stijgen. De evolutie van de aandelenkoersen gaat doorgaans met horten en stoten, in de meeste gevallen omdat beleggers zich overdreven veel zorgen maken. Sommige dalingen tijdens een bullmarkt noemen we ‘correcties’. Het zijn korte, door het sentiment veroorzaakte dalingen tussen 10 en 20% die vaak plotseling beginnen. Omdat ze gewoonlijk ontstaan door angst bij beleggers, kunnen ze zich zonder reden voordoen op eender welk moment en zijn ze gewoonlijk heftig maar kortstondig van aard. Wanneer ze voorbij zijn, kunnen de aandelenkoersen hun opwaartse trend snel terug oppakken. Daardoor is het zinloos om correcties op een bullmarkt trachten te timen.

Naarmate een bullmarkt op zijn einde loopt, wordt het beleggerssentiment optimistischer. Hoewel het moeilijk is om de emoties van een grote groep beleggers in te schatten, monitoren we wel enkele ontwikkelingen, zoals beursintroducties (particuliere bedrijven die naar de beurs gaan om kapitaal op te halen), bedrijfswinsten en de in- en uitstroom van kapitaal (beleggers die geld in fondsen investeren of geld uit fondsen halen). De kapitaalstroom naar fondsen kan bijvoorbeeld een indicatie zijn voor het beleggerssentiment. Wanneer markten stijgen en het optimisme groeit, brengen beleggers makkelijker hun geld naar de markt en kan de kapitaalinstroom naar fondsen toenemen. Na een beursdaling daarentegen zijn beleggers bang om geld te verliezen en geneigd om hun fondsen of andere effecten van de hand te doen. Deze pessimistische vooruitzichten leiden er vaak toe dat beleggers het rendement van een vroege bullmarkt mislopen, waardoor het risico bestaat dat ze hun financiële langetermijndoelen niet halen.

Het belang van beleggerssentiment

Wanneer u de historische grafieken bekijkt, lijkt het eenvoudig om gedurende een bullmarkt van begin tot einde belegd te blijven. Maar beleggers zijn zich er vaak niet van bewust dat beleggerssentiment soms onlogisch is. Sir John Templeton, een bekende belegger, fondsbeheerder en filantroop, beschrijft het beleggerssentiment en zijn relatie tot de beurscycli als volgt: "Bullmarkten worden geboren door pessimisme, groeien door scepticisme, worden volwassen door optimisme en sterven door euforie."

Figuur 1: De cyclus van het marktsentiment

Templeton Curve

De bovenstaande grafiek is bedoeld om een argument te verduidelijken en vormt geen weerspiegeling van daadwerkelijk rendement of marktontwikkelingen.

Beleggers zijn vaak het meest pessimistisch wanneer een bearmarkt zijn dieptepunt nadert of heeft bereikt. Nadat de markt een aanhoudend neerwaartse trend heeft doorgemaakt, hebben beleggers de neiging om de toekomst overdreven zwart in te zien; dit is een teken van pessimisme. Wanneer de koersen over de hele lijn weer beginnen stijgen, slaat het scepticisme toe omdat beleggers aarzelen om weer te beleggen. Ondanks het heersende scepticisme, blijven de bedrijven de negatieve verwachtingen overtreffen en stappen steeds meer beleggers in de markt omdat de koersen blijven stijgen. Daardoor ontstaat er optimisme. Gedurende deze optimistische fase gaan de aandelenkoersen gestaag omhoog, stijgen de verwachtingen van beleggers over de reguliere bedrijfswinsten en beginnen beleggers bang te worden om toekomstig rendement mis te lopen.

In de laatste fase van de Templeton-cyclus heerst euforie. Naarmate beleggers hun terughoudendheid van zich afschudden en uitzien naar de volgende veelbelovende belegging, kan euforie ertoe leiden dat ze fundamentele economische kwesties naast zich neerleggen en blijven zoeken naar redenen waarom de markt verder zou moeten stijgen. Emoties en voorkeur zijn vaak de slechtste raadgevers van beleggers. Hoewel beleggen niets met intuïtie te maken heeft, verkopen beleggers vaak aandelen op momenten dat ze ze zouden moeten aanhouden of bijkopen. Slecht getimede beleggingsbeslissingen op basis van emoties kunnen het behalen van uw beleggingsdoelen op lange termijn in gevaar brengen.

Bull versus Bear: wanneer moet u Bullish zijn?

'Bullish' is een vorm van optimisme wanneer men gelooft dat de markt in de nabije toekomst zal stijgen. De geschiedenis heeft aangetoond dat bullmarkten langer duren en dat het rendement gemiddeld hoger ligt dan de verliezen tijdens bearmarkten. Sinds 1949 varieerde de levensduur van de S&P bullmarkten van 26 tot maar liefst 113 maanden.[i] Sinds 1946 kende de S&P 11 bearmarkten met een gemiddelde daling van 34% en een gemiddelde duur van 16 maanden.[ii] Gedurende dezelfde periode duurden de bullmarkten van de S&P (met uitsluiting van de huidige) gemiddeld vijf jaar en voegden ze 149% toe aan de S&P 500 koersindex.[iii]

Geleid door emoties verkopen beleggers tijdens bearmarkten hun beleggingen vaak wanneer de markt in de buurt van zijn dieptepunt is. Door de opgelopen verliezen zijn ze daarna terughoudend om opnieuw te beleggen wanneer de markt uiteindelijk weer opveert. Ze willen meer bewijzen zien dat de opvering niet tijdelijk is. Terwijl ze aan de zijlijn staan te wachten, lopen ze de vaak scherpe stijging aan het begin van de bullmarkt mis. Deze fout kan hen duur te staan komen. Beleggers maken tijdens een daling immers vaak forse verliezen en lopen vervolgens de eerste fase van het herstel mis, terwijl ze op dat moment hun verlies eigenlijk gedeeltelijk zouden kunnen goedmaken. Hierdoor neemt hun langetermijnrendement nog verder af. Door het missen van deze eerste stijging kunt u verder achterop geraken en het kan er zelfs toe leiden dat u uw financiële langetermijndoelen niet haalt. Nog een reden dus waarom emotioneel reageren op marktontwikkelingen op lange termijn kostelijk kan zijn.

Beleggen gaat gepaard met vele verschillende risico's. Een van de risico's die het vaakst over het hoofd wordt gezien is het niet realiseren van de langetermijngroei die nodig is om uw langetermijndoelstellingen te halen. Het mislopen van de eerste stijging kan geld kosten en veel beleggers houden hier geen rekening mee. Hierdoor kan het risico fors toenemen dat u de groei misloopt die noodzakelijk is voor het bereiken van uw financiële langetermijndoelen.

Hoe wij u kunnen helpen?

Fisher Investments België delegeert het portefeuillebeheer aan het moederbedrijf, Fisher Investments. Fisher Investments helpt klanten hun weg te vinden op de kapitaalmarkten en staat voortdurend klaar om hun vragen te beantwoorden. Voor meer informatie kunt u één van onze beleggingsgidsen downloaden of vandaag nog met een van onze ervaren deskundigen spreken.

i Bron: Global Financial Data, per 5/2/2018; S&P 500 Index koersniveau van 29/5/1946 – 30/12/2013. FactSet, per 5/2/2018; S&P 500 Index koersniveau van 1/1/2014 – 2/2/2018. Voor het bepalen van de lengte van de periode staat een maand gelijk aan 30,5 dagen. Het rendement wordt weergegeven exclusief dividend en in USD. Wisselkoersschommelingen tussen de Amerikaanse dollar en de euro kunnen leiden tot hogere of lagere beleggingsrendementen.

i Bron: Global Financial Data, per 5/2/2018; S&P 500 Index koersniveau van 29/5/1946 – 30/12/2013. FactSet, per 5/2/2018; S&P 500 Index koersniveau van 1/1/2014 – 2/2/2018. Voor het bepalen van de lengte van de periode staat een maand gelijk aan 30,5 dagen. Het rendement wordt weergegeven exclusief dividend en in USD. Wisselkoersschommelingen tussen de Amerikaanse dollar en de euro kunnen leiden tot hogere of lagere beleggingsrendementen. Gebaseerd op de definitie dat een daling van 20% of meer wordt aangeduid als een bearmarkt.

iii Bron: Global Financial Data, per 5/2/2018; S&P 500 Index koersniveau van 29/5/1946 – 30/12/2013. FactSet, per 5/2/2018; S&P 500 Index koersniveau van 1/1/2014 – 2/2/2018. Voor het bepalen van de lengte van de periode staat een maand gelijk aan 30,5 dagen. Het rendement wordt weergegeven exclusief dividend en in USD. Wisselkoersschommelingen tussen de Amerikaanse dollar en de euro kunnen leiden tot hogere of lagere beleggingsrendementen.

Beleggen op financiële markten brengt risico op verlies met zich mee en er is geen garantie dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk terugbetaald zal worden. Rendement uit het verleden biedt geen garantie voor toekomstig rendement en is daar geen betrouwbare indicatie van. De waarde van het kapitaal en de opbrengsten van de beleggingen volgen de schommelingen van de wereldwijde financiële markten en van de internationale wisselkoersen.